Bijberoep
Het is niet omdat je een kunstwerkattest (plus of starter) hebt dat je daarom automatisch de kunstwerkuitkering krijgt. Je moet deze eerst aanvragen.
Ja, je kan nevenactiviteiten, zoals een bijberoep, combineren met de kunstwerkuitkering.
⚠️Als je zelfstandig bent
in hoofdberoep: Je komt nooit in aanmerking voor werkloosheidsuitkeringen, ook niet voor de kunstwerkuitkering.
in bijberoep: Je mag je activiteiten als zelfstandige combineren met de kunstwerkuitkering, op voorwaarde dat deze activiteiten als bijkomstig worden beschouwd.
Om te beslissen of deze activiteiten bijkomstig zijn, houdt de RVA rekening met bijvoorbeeld:
de inkomsten uit je bijberoep;
de tijd die je eraan besteedde;
de aard van de activiteiten;
de geïnvesteerde middelen.
Het is belangrijk dat deze activiteit bijkomstig blijft.
Je kunt ook inkomsten hebben uit andere nevenactiviteiten, bijvoorbeeld (niet uitsluitend):
auteursrechten en naburige rechten;
royalties en inkomsten uit de exploitatie van je werk;
prijzen en subsidies (tenzij ze belastingsvrij zijn);
mandaten in een vzw, vennootschap of adviesorgaan.
Je moet je nevenactiviteiten aangeven
bij je uitbetalingsinstelling: vakbond of HVW (Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen)
via het C181-formulier “Uitkeringsaanvraag en persoonlijke aangifte van de kunstwerker”
wanneer je een kunstwerkuitkering aanvraagt, wanneer je je kunstwerkuitkering verlengt of bij de start van elke nieuwe nevenactiviteit.
Neen, je hoeft de dagen waarop je jouw nevenactiviteit uitoefent niet te vermelden op je controlekaart.
De RVA controleert elk jaar automatisch de inkomsten uit je nevenactiviteit. Dit gebeurt op basis van wat je hebt doorgegeven aan de belastingen.
⚠️Deze activiteiten moet je altijd vermelden op je controlekaart:
activiteiten als werknemer
activiteiten als statutair ambtenaar
activiteiten in het kader van de amateurkunstenvergoeding (AKV)
dagen waarop je verplicht aanwezig moet zijn voor een tentoonstelling waarbij je verantwoordelijk bent voor de verkoop van je werk.
Je mag tot €11.060,40 netto per jaar verdienen (index 01/01/2025) met je nevenactiviteiten zonder dat dit invloed heeft op je kunstwerkuitkering.
Als je meer verdient, wordt het dagbedrag van je uitkering herberekend en moet je het teveel terugbetalen.
Als je verwacht dat je meer zal verdienen, kan je dit vermelden op het C181-formulier. Je werkloosheidsbureau kan op basis van je schatting het dagbedrag van je uitkering aanpassen. Zo vermijd je dat je een deel moet terugbetalen.
Het jaarlijkse bedrag van 11.060,40 euro komt overeen met een dagelijks bedrag van 35,45 euro voor 312 uitkeringsdagen per jaar: 11.060,40 / 312 = 35,45.
Het deel boven dit bedrag van 34,75 euro wordt afgetrokken van het dagbedrag van je uitkering.
Voorbeeld:
Situatie: je hebt recht op een kunstwerkuitkering van 62,64 euro per dag en met je bijberoep verdien je 12.000 euro over een periode van een jaar.
Je dagbedrag wordt als volgt berekend: 12.000 / 312 = 38,46 euro.
Het verschil is dus 3,01 euro (38,46 - 35,45).
In dit geval wordt je toelage verlaagd met 3,01 euro per dag, van 62,64 euro naar 59,63 euro per dag (62,64 - 3,01).
Je moet dan het te veel betaalde bedrag terugbetalen.
Berekening van inkomsten uit nevenactiviteiten over een periode van drie jaar
Je kunt een nieuwe berekening aanvragen voor elke cyclus van drie jaar.
Voorbeeld:
Over de periode 2024-2026 verdien je
8.000 euro in 2024 ;
12.000 euro in 2025 ;
10.000 in 2026.
Gemiddeld blijf je met je nevenactiviteiten onder de drempel van €11.060,40 en kun je een nieuwe berekening van je dagbedrag aanvragen bij je uitbetalingsinstelling.
⚠️Een bepaald jaar kan maar één keer worden meegeteld in een driejaarlijkse herberekening. In het bovenstaande voorbeeld heb je een nieuwe berekening aangevraagd voor de jaren 2024-2025-2026, je kunt de volgende berekening aanvragen voor de jaren 2027-2028-2029.
Neen, dat maakt niet uit. De RVA kijkt niet naar de sector.
Wil je in de toekomst een nieuw kunstwerkattest aanvragen, moet je wel je professionele artistieke praktijk blijven aantonen.
Neem contact op met je uitbetalingsinstelling (vakbond of HVW) of je werkloosheidsbureau (RVA).
Bekijk onze brochure: "Hoe word ik zelfstandig kunstwerker?”
Bekijk het infoblad van de RVA T191 voor alles wat je moet weten over de kunstwerkuitkering.